DE (TENNIS)BALLEN ER WEL OF NIET VAN SNAPPEN?

287

✍🏼 Van de redactie

De (tennis)ballen er wel of niet van snappen?

Tennisballen. Een essentieel iets dat je nodig hebt om te kunnen tennissen. Maar wat kenmerkt nu een tennisbal of wat maakt een tennisbal tot een goede tennisbal? Wat zijn de verschillen? Hopelijk kunnen we je met deze tutorial wat meer vertellen, zodat je wat argumenten hebt voor als je verloren hebt. Want één van de dingen waar het dan aan gelegen heeft is … jawel … de tennisbal. Dat wordt straks weer een punt van discussie als we de competitie ingaan. Wat treffen we aan? Kanonskogels of een heerlijk zoevende en prima aanvoelende tennisbal?

Wat weten we:

Dat die bal rond is en meestal geel. De diameter van een tennisbal moet liggen tussen de 65,4 en 68,8 millimeter. Het gewicht tussen de 56 en 59,4 gram. En die bal moet stuiteren. En dat moet die doen, of zou die moeten doen, als je die van een hoogte van 2,54 meter op een betonnen ondergrond laat komen. Dan moet deze tussen de 1,38 en 1,54 weer van die betonnen ondergrond omhoog komen.

Op de foto zie je al wat er bij een tennisbal allemaal komt kijken voordat het een tennisbal wordt.

Rubber. Dat kan natuurrubber zijn of synthetisch rubber. Vilt. Dat is dat harige gele spul dat om dat rubber komt.

Maar wat zijn er voor tennisballen en wat maakt het verschil?

Om daar een goed antwoord op te geven, moeten we jullie best wel wat informatie geven. Want dat ronde en gele stuk tennisgereedschap herbergt nogal wat technologie en die dingen hebben wel wat meer verschillen dan we op het eerste oog zien en denken.

We zullen eens gaan beginnen met de verschillen in tennisballen. Want er zijn twee, of eigenlijk drie, types tennisballen. De meest voorkomende zijn;

Gasgevulde of pressurised tennisballen

Drukloze of pressureless tennisballen

En een bij de meeste van ons onbekend type namelijk, de microcellulaire tennisbal.

Wat doet zo’n type nou, of wat maakt die anders dan het andere type?

Een gasgevulde tennisbal. De naam zegt het al een beetje. Die is gevuld met gas. En dat gas zorgt voor druk. Of luchtdruk. Daar zit geen ventieltje op en dat gas of die lucht komt in de bal middels een pilletje dat zorgt dat er druk in die bal komt op het moment als twee delen van de bal op elkaar gevulkaniseerd worden. Dat gas zorgt ervoor dat die bal stuitert. Een gasgevulde bal heeft als groot voordeel dat deze meer gevoel geeft. Maar ieder voordeel heb z’n nadeel zou Cruyff zeggen en wij zeggen dat ook. Want omdat natuurrubber poreus is, loopt die druk na verloop van de tijd uit de bal. Dat kan al zijn tijdens het spelen, maar dat kan ook als je ze weken in de verpakking – aangeduid als tube of can- laat zitten. Want daar zitten ze in verpakt. Vaak een metalen can of tube of in een kunststof can of tube. En wat daar direct bij opvalt is het leverpasteidekseltje. Een blikken dekseltje met zo’n oogje waar je ‘m mee moet openen. Als je daar je vinger onderzet en je trekt dat blikken ding omhoog, dan hoor je een sissend geluid. En die sis komt omdat een gasgevulde bal onder druk in die can of tube zit. Anders kon je die gelijk op  je trekhaak bevestigen of er de hond achteraan laten rennen, zonder een bal met die tennisbal geslagen te hebben. Die druk in die ongeopende tube of can is iets van 2 bar en zorgt ervoor dat de inhoud op de juiste spanning blijft. Wat ook aan te bevelen is, is dat je als je een nieuw blik gasgevulde ballen opentrekt, je die even laat acclimatiseren. Die hebben een tijdje in het donker gezeten en in een onder druk staande verpakking. Laat ze even op adem komen. Al is het maar een kwartiertje. Vergeet niet om even die lucht van een nieuwe geopende verpakking te inhaleren. Heerlijk geurtje komt er vanaf. Na het spelen opbergen in de can en hopen dat ze bij een volgende keer nog een beetje willen stuiteren. Er zijn verpakkingen in de handel die de levensduur iets moeten verlengen. Of dat echt helpt, of dat de aanschaf lonend is, is bij ons niet bekend.

Dat brengt ons meteen bij het volgende type. De drukloze tennisbal. Daar zit het stuitvermogen in de samenstelling van het rubber. Dat zorgt voor de stuit. En er is een hoop te doen over drukloze tennisballen. Die kwamen op de markt omdat heel veel mensen, waaronder ook veel Nederlanders, nogal op de centen letten. Want die hadden -of hebben-  er geen trek in om ieder week een nieuw blik gasgevulde ballen te kopen. Of die bonkten lekker nog een paar maanden met een slappe bal door die amper van de ondergrond afkwam omdat de stuit nog minimaal was. En daar kregen ze ook commentaar op. Dus kwam er een drukloze tennisbal. Die gaan lekker lang mee namelijk. Maar die hebben als nadeel dat ze iets minder comfortabel zijn. Het gevoel is anders. Een drukloze tennisbal zit heel vaak ook in een kartonnen koker. Die hoeft namelijk niet onder druk verpakt te worden omdat er geen druk op of in die bal zit.

Zo zie je, je moet ergens water bij de wijn doen. Dat is bij heel veel dingen zo. Dat is ook gebeurt bijvoorbeeld bij de snaren. Was dat vroeger bijna allemaal Natural Gut (natuurlijke darm) nu hebben we Synthetic Gut (synthetische darm). Het lijkt op elkaar, maar het is het net niet. Darmsnaren hebben de fijnste speeleigenschappen, maar zijn kwetsbaarder en dat is de grootste bottleneck …. die kosten een paar centen. Dus water bij de wijn. Iets minder goede eigenschappen, maar ook iets aangenamer geprijsd. Dus synthetische snaren. Zo ook met die tennisballen. Iets ander gevoel, maar langere levensduur en op de keper genomen dus voordeliger in aanschaf. En ook daar komen we ook nog met een punt van bezinning en toelichting.

Die drukloze tennisballen hebben voor- en (blijkbaar een heleboel) tegenstanders. Nu is er in dat wereldje één merk die een stempeetje heeft gekregen. Namelijk het van origine Zweedse Tretorn. Die begonnen een eeuw geleden met een drukloze tennisbal. Die werden er heel groot in ook. Maar riepen bij velen ook de hoon op hun af. ‘Tretorn tennisballen? Daar krijg je een tennisarm van’. Dat is een opmerking die we nu nog regelmatig tegenkomen. Nu krijg je van tennisballen geen tennisarm. Lijkt ons ook knap dat je 100 jaar een product kan maken dat een gevaar voor de gezondheid is. Het kan echter wel zo zijn dat je én met het verkeerde racket speelt én je met de verkeerde snaar speelt én dat je met een tennisbal op de verkeerde ondergrond speelt. Die combinatie met een drukloze tennisbal kan voor een onaangenaam gevoel zorgen. Want dat laatste heeft ook nog invloed op je beleving en spelplezier tijdens het tennissen. Rendeert die tennisbal wel op de ondergrond waarop je speelt? ‘Tretorn, dat zijn zware ballen’. Fout. We begonnen ons verhaal met wat we weten over tennisballen. De gewichten moeten binnen bepaalde marges liggen anders komt er geen ITF Approved op te staan. Die maken de regeltjes namelijk en iedere fatsoenlijke tennisbal moet aan die regels voldoen wil het een ITF Approved tennisbal zijn. Wat houdt dat in? Dan mogen die tennisballen gebruikt worden voor officiële wedstrijden, competities en toernooien. En geloof ons nu maar. We zijn ze tegengekomen die niet dat label hadden en waar vrolijk (tot op bepaalde hoogte) in competities en toernooien mee gespeeld werd. Wat we ook nog wel eens tegenkomen, KNLTB goedgekeurde tennisballen. Of we horen het. ‘Zijn dat KNLTB goedgekeurde ballen?’. Die vermelding is een mooie marketingstunt. De KNLTB dient zich aan de regels van de ITF te houden. En als de ITF zegt dat het goedgekeurd is dan is het dus ook KNLTB goedgekeurd. Het kan wat vertrouwder overkomen die boodschap op een bal of tube/can. Maar het maakt nergens een verschil mee. We hebben ons eens ooit laten vertellen dat het een leuke inkomstenbron voor de bond was. Wilde je dat stempeltje gebruiken, dan kon dat mits je een x bedrag aan de tennisbond aftikte. Zo werd die HEMA tennisbal vroeger iets serieuzer. Hun rookworsten met vetvrij papiertje erom waren en zijn van exquise kwaliteit en dat wilden ze ook zo doen overkomen met hun tennisballen door er KNLTB goedgekeurd op te zetten. Ging verder nergens over.

Toch weer even terug naar die ballen. Jullie volgen ons nog over het verschil tussen gasgevulde tennisballen en drukloze tennisballen?

Hebben we de microcellulaire tennisbal nog. Dat is een vreemde eend in de bijt en die vreemde eend in de bijt komt van … roffelroffelroffel …. Tretorn. Een tennisbal gevuld met wit poeder. Dat spul bevat naar het schijnt miljoenen luchtcellen en die zorgen ervoor dat het qua speeleigenschappen bijna een gasgevulde is zonder dat ze leeg lopen en je weer nieuwe kunt gaan aanschaffen. Ze zijn dus duurzamer net als een drukloze tennisbal. Dat moet het beste van twee werelden zijn. Speelcomfort en duurzaamheid. Hebben ook een aparte status bij de ITF met die categorie. Wel een goedgekeurde en erkende status overigens. Beter is het om een microcellulaire tennisbal niet aan de hond te geven. Die kan er goed beroerd van worden.

Gaan we even verder. Het vilt. Dat is dat gele goedje dat om het rubber zit.

Daar zit ‘m de kneep. Voor een heel groot deel. Ook daar zijn al twee wezenlijke dingen die het verschil maken. Je hebt een ‘Needle Felt’ en een ‘Woven Felt’ vilt. Needle Felt moet je zien als iets dat lijkt op een suikerspin. Ze ‘sprayen’ als het ware die vezels op de ondergrond voordat het om het rubber gaat. Dat is meestal synthetisch spul en dus goedkoper.  Ook de combinatie met een synthetische kern, in plaats van natuurrubber, maakt het die soort bal tot een goedkopere tennisbal. Op zich niets mis mee, als je niet te veel eisen stelt. Het is rond en geel en het stuit. Verwacht er verder geen wonderen van. Vaak zie je die dingen voorbijkomen bij de bouwmarkt, een discountwarenhuis, supermarkt of ander kanaal die niets met serieus tennis hebben te maken. Het zijn prima tennisballen voor een heel prijsbewuste recreant, die als hij ook een trekhaak heeft en zich een hondenbezitter mag noemen, zich geen betere koop kan wensen. Op straat, op de camping en tegen een garagedeur doen ze het ook goed. Maar een tennispark, een tennisbaan of een beetje tenniswedstrijd zouden ze eigenlijk niet moeten zien.

Dan de Woven Felt. Dat begint er al op te lijken. Het woord, mits we het goed interpreteren, staat voor geweven vilt. Het is vaak een combinatie van wol en een synthetisch iets die dan bepalend zijn voor het comfort en het vluchtgedrag. Een goede tennisbal kent dus een natuurrubberen kern en een woven felt vilt. En dan kunnen we nog wel een uur gaan soebatten over hoe dat precies werkt en wat dan het verschil maakt. Want dan gaan we in de wereld van de wolsoorten en hun specifieke kwaliteiten, de verhoudingen in procenten tussen wol en het synthetische materiaal waarmee het geweven of verweven is en, ook niet onbelangrijk, hoe dik dat vilt dan is. Want ook dat heeft invloed op spelcomfort en vluchtgedrag.

Het is een heel verhaal rondom dat gekke ronde gele balletje die we bij iedere pot tennis nodig hebben. Er zit gewoon een heel verhaal  achter. Ook wel een technisch verhaal. En dan zijn we er nog lang niet. Want zoals aangehaald, er zit nog heel verschil in ballen. Welke bal is voor welke ondergrond geschikt. In een tapijt indoortennishal is de stuit anders dan op een gravelbaan. Dus daar zou een andere type bal beter renderen c.q. stuiteren. Het verschil tussen een trage baansoort en een snelle baansoort? Daar kun je invloed op hebben met een andere soort bal. En op welke hoogte ermee gespeeld wordt. En bij welke klimatologische omstandigheden. Want vocht en temperatuur hebben invloed op een tennisbal. Een gasgevulde of pressurised bal bij temperaturen onder nul? Dat heeft een negatieve invloed op die bal. In de (miezer)regen spelen? Dat is niet bevorderlijk voor de meeste tennisballen. Dan worden ze én zwaarder én je krijgt fluffyballen. Er zijn trouwens tennisballen bekend die zonder vocht al fluffyballen worden. Maar dat terzijde.

Dan hebben we nog de Stage tennisballen. Die zijn er voor de jeugd. Drie categorieën. Stage 1 is de geel/groene tennisbal. Wordt gebruikt voor jeugd van 10 t/m 12 jaar. Stage 2 is de geel/oranje tennisbal. Die is voor jeugd van 8 t/m 10 jaar. En Stage 3 is de geel/rode tennisbal. Voor de allerkleinsten en t/m 8 jaar. En die laatste is er in foam en in een vilt uitvoering. Onze voorkeur gaat uit naar de vilt uitvoering. De compressie is anders bij die bal. De stuit is anders en niet te vergelijken met een normale bal. Ze zijn ook trager. Ook het speelveld heeft andere afmetingen om kinderen verantwoord en goed de beginselen van het tennisspel onder de knie te krijgen. Kinderen (wij gebruiken liever niet de popiejopie term kids). Kinderen leren in ieder Stage om beter rally’s te spelen zonder dat ze boven hun macht een beetje met hun racket in de lucht lopen te zwaaien omdat de stuit te hoog is. De kans dat ze een bal dan een beetje fatsoenlijk raken is stukken kleiner dan dat ze dat met een Stage tennisbal doen.

Hebben we nog de trainersbal. Dat zijn heel vaak drukloze ballen die een vilt in twee kleuren hebben. Zitten vaak in een emmer of bucket. Geel/Wit is meest gangbaar. Of dat B of C keus ballen zijn weten we niet 100% zeker. Ze zijn in ieder geval niet ITF Approved. Door de kleur is het voor trainer en leerling wat makkelijker ballenrapen tijdens de les omdat alleen maar gele tennisballen op een baan wel heel erg veel op elkaar lijken en men moet gaan kijken of er ergens met een stift een markering van de eigenaar opstaat. En toch kwamen we die trainersballen in competities tegen. Dan hebben we te maken met een penningmeester die wel heel erg op de penning is en die bal aanschaft omdat ze wat goedkoper geprijsd zijn.

En als laatste de jumbotennisbal. Dat is een overmaats tennisbal. Leuk om handtekeningen van je favorieten op te laten zetten bij een toernooi. Leuk ook om een beetje mee te voetballen of als decoratie ergens neer te leggen. Meer ook niet.

Zijn jullie wat wijzer geworden. Snappen jullie er nu de ballen van?