COLUMN RONALD VAN DER HORST – VERKORTE OPLEIDING

730

✍️ Ronald van der Horst

Ik zag op de site van de KNLTB dat er een nieuwe verkorte opleiding tot A-leraar is ontwikkeld. De opleiding bestaat uit 26 cursusdagen van 6 uur.

De A-opleiding bestond altijd uit een opleiding van 24 weken van 8 uur en in het voorjaar nog 10 weken van 6 uur. Met daarnaast nog eerst 18 uur -later 12 uur- Sportgezondheidsleer. Dus een totale opleiding van 270 (264) uur. Een tiental jaar terug werd dit afgesloten met een praktijkexamen Klassikaal en Individueel lesgeven. Het merendeel van de cursisten slaagde meteen. Een aantal hadden het herexamen nodig om in september alsnog het papiertje te halen. De opleiding stond wereldwijd hoog aangeschreven.

De laatste jaren was de opleiding, in samenwerking met NOC*NSF, omgevormd tot een competentie gerichte A-opleiding. Naast de competentie gerichte opdrachten moest de opleiding afgesloten worden met een Proeve van Bekwaamheid in het individueel- en klassikaal lesgeven, het organiseren van een evenement en het kunnen aansturen van vrijwillig kader. Het aantal uren was nagenoeg hetzelfde gebleven. Alleen de uren Sportgezondheidsleer waren komen te vervallen.

De verkorte opleiding wordt nu aangeboden met 26 weken van 6 uur. Dus totaal maar 156 uur. De theorie bij deze verkorte opleiding moet je haast zelf doen. Per dag van 6 uur is er 5 uur praktijk en nog maar 1 uur theorie. De theorie is volledige gedigitaliseerd en is visueel zeer fraai gemaakt. Maar de inhoud is nog hetzelfde. Er wordt gesteld dat er nog 2 tot 3 uur thuisstudie nodig is. Ter compensatie voor het verlies aan uren wordt de cursist verplicht om stage te lopen, net zoals het vroeger bij het CIOS was. Maar voor deze 80 uur is er geen docent van de KNLTB die kan controleren hoe die stage eruit ziet en welke kwaliteit geleverd wordt. Bij het CIOS kwam de docent van het CIOS langs bij alle cursisten op de stageplekken. Hierdoor was er ook coaching van de stagebegeleiders. Die ontbreekt nu totaal bij de KNLTB.

De grote vraag is of je dezelfde kwaliteit als tennisleraar krijgt als in het verleden? Ik maak mij daar grote zorgen over. Terwijl deze leraren de basis moeten leggen voor onder andere de toekomstige talentvolle spelers. Vooral nu de KNLTB de samenwerking met de Academie voor Lichamelijke opvoeding (ALO) en CIOS Nederland heeft doen stranden, door de ALO’s en de CIOS-en volledig aan de KNLTB eisen te laten voldoen. Deze opleidingen kunnen in de toekomst geen leraren meer opleiden. Toen ik mijn opleiding deed aan de ALO in Amsterdam was er een deel van mijn jaargenoten die het keuzevak tennis in het oude Frans Otten Stadion volgde. Het waren niet allemaal toptennissers, maar wel goede lesgevers. Dat gold ook voor de CIOS opleiding waar de cursisten met hun A- en B-opleiding hun CIOS afrondden.

In het verleden zorgden deze opleidingen voor het grootste deel van de Districts Tennis Leraren (DTL). Het waren allemaal tennisleraren die een bredere opleiding hadden gehad om als fulltime leraar aan de slag te gaan. De controle op de kwaliteit van de ALO’s en de CIOS-en bestond uit het gelijktijdig afnemen van Techniek, Tactiek en Methodiek (TTM) toets en het afsluiten van het individuele examen. Voor het geven van klassikaal lesgeven kregen deze opleidingen logischerwijs vrijstelling. Dat zat voldoende ingebed in de totale opleiding.

Voor het tennis is het belangrijk dat er zo divers mogelijke tennisleraren komen. Geef de ALO’s en de CIOS-en de vrijheid in het opleiden van tennisleraren en tennistrainers. Dat mag best wel afwijken van de KNLTB opleiding. De ALO opleidingen zorgen vanzelf al voor kwaliteit, anders kunnen hun cursisten ook niet in het onderwijs terecht als 1e graads docenten. De CIOS opleidingen zorgen voor meestal veel enthousiaste fulltimers. Het zijn echte doeners. Toets de theorie kennis weer gelijktijdig met de KNLTB examens en controleer of ze voldoende individueel kunnen lesgeven.

Breder opgeleide leraren aan de basis is essentieel om ervoor te zorgen dat er ook in de toekomst tennistalenten zich blijven ontwikkelen. Met je diploma krijg je een diploma voor het leven. Daar mag best wel een gedegen praktijk opleiding aan vooraf gaan. Voor de A-opleiding is een VMBO-T diploma een minimum eis. De A-opleiding is op het niveau van MBO. Dat houdt in dat er een gedegen programma aan ten grondslag hoort te liggen. Daar past 1 uur theorie per week en de rest met zelfstudie tot je te nemen, totaal niet in. Dat verwacht je bij een HBO of universitaire opleiding.

Het wordt tijd dat de persoon die beslissingen over de opleidingen neemt uit de praktijk komt, onderwijsbevoegdheid heeft en de opleidingen kent. Een diploma van een verkorte A-opleiding levert misschien wel de kwantiteit op, maar niet de kwaliteit die nodig is om de basis bij jonge kinderen stevig en goed te leggen. Zeker als de opleiding om 15 uur stopt en er niet binnen de opleiding geoefend kan worden met Tenniskids.