COLUMN RONALD VAN DER HORST – TENNISLERAREN

819

✍🏻 Ronald van der Horst

Ik heb de eerste podcast van Jacco Eltingh met Steffan Kok beluisterd. Het ging over de tennistrainer in de praktijk en de opleiding tot tennisleraar.

Er kwam ter sprake dat er 2300 tennisleraren met een licentie in de praktijk aan de slag zijn. Maar van alle lesgevende trainers heeft ongeveer 1/3 geen geldige licentie. Dat klinkt dramatisch, maar is misschien minder erg dan dat het lijkt. Voor een geldige KNLTB licentie moet je ieder jaar 24 PO punten halen met bijscholingen. Op zich is dat te doen. Dan moet je wel tijd vrijmaken om cursussen te gaan volgen en er zijn kosten aan verbonden. Aanvankelijk werd er vanuit de KNLTB gedreigd dat je niet zou mogen lesgeven als je jaarlijks de benodigde punten niet haalde. Bij de introductie van het PO puntensysteem bracht deze dreiging trainers er toe om de 24 punten te halen. Maar nu er 6 jaar later nog steeds geen sprake is van handhaving door de KNLTB, zijn er veel trainers die lesgeven zonder een geldige licentie. Is dat heel erg voor de kwaliteit van de trainingen? Dat kan. Zeker als er spelers zonder tennisopleiding lesgeven. Dan kunnen ze alleen putten uit hun eigen ervaring en dat overbrengen op hun leerlingen. Dan is de kwaliteit van het lesgeven beperkt. Je hebt nog niet geleerd om de lesstof op verschillende manieren aan te bieden.

Maar als je wel je diploma gehaald heb via een KNLTB opleiding, CIOS of ALO dan ben je gediplomeerd tot je pensioen. Dat was een aantal jaren terug zo. Dat is ook de situatie in het onderwijs. Daar gaat het erom dat je een diploma kunt overleggen. Dan kan je meteen aan de slag! In het onderwijs zijn er op scholen potjes waar je als docent gebruik van kunt maken om applicatie cursussen te volgen. Maar dat hoeft niet. Je kunt vaak ook leren van andere docenten in de vakgroep lichamelijke opvoeding. Of je leest vakliteratuur. Tegenwoordig zijn op internet heel veel inspirerende filmpjes te zien om je lessen up to date te houden. Als tennistrainer ben je vaak een zelfstandig ondernemer. Je moet goede en leerzame lessen geven om meer leerlingen te krijgen. Doe je dat met enthousiasme dan zal dat ook overslaan op leerlingen. Het aantal uren zal toenemen. Ben je in dienst bij een tennisschool dan zou de tennisschooleigenaar ervoor moeten zorgen dat de lessen steeds beter worden. Dan gaat het niet om de punten maar om de persoonlijke verbeteringen. Daar zou de tennisschool een belangrijke rol in moeten spelen. Misschien door de tennisschooleigenaar of door een speciale trainer binnen de organisatie van de tennisschool.

De stelling van Jacco Elthing dat verenigingen geen gebruik mogen maken van CIOS cursisten, omdat er geen convenant is ondertekend tussen de KNLTB en de CIOS-sen, is onvoordelig voor de tenniswereld. Hierdoor komen er geen cursisten meer van de CIOS-sen en de ALO ‘s die hun bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van Nederlandse talenten. Denk bijvoorbeeld even aan Henk van Hulst in het verleden. Koester de andere opleidingen! Het is nog maar de vraag of je als KNLTB kwalitatief de beste opleiding geeft. In het verleden bestond de A-opleiding uit 270 contacturen. Nu telt de opleiding nog maar 162 uur. In het verleden moest je als opleiding ook altijd Tenniskids binnen je cursus hebben. Dat is ook bij opleidingen op doordeweekse dagen nu niet altijd mogelijk. Een gedeelte van de ingeleverde uren kan een cursist via e-learning leren. Maar bij een MBO opleiding, zoals de opleiding tot tennisleraar, gaat het vooral om praktijkles. Met minder praktijkuren bij de opleiding tot monteur, maar wel met meer e-learning thuis, word je zeker geen betere monteur. Ik laat mijn auto liever door een praktijkman nakijken.

Als je niet handhaaft, stap dan af van de PO punten. Laat het diploma geldend zijn! Laat de andere opleidingen vrij hoe ze de stof aanbieden. Dat kunnen ze ook bij andere sporten. Dat mag best anders zijn dan bij de KNLTB. Test wel of ze dezelfde theoretische tennis technische kennis hebben (Techniek/Tactiek/Methodiek) en test of ze individueel ook kunnen lesgeven. Groepslessen doen ze op verschillende vakken al binnen de opleiding. Daar is een diploma voor de praktijk meer dan genoeg.  Gun de CIOS-sen en ALO’s dat ze misschien wat extra externe cursisten mee laten doen om de opleiding financieel rond te krijgen. Het is voor een goed doel. De gegeven lessen op de CIOS-sen en de ALO ‘s kunnen alleen gegeven worden door gediplomeerde docenten. Dat is niet in alle gevallen bij de KNLTB zo. Het komt er dus op neer dat het CIOS en de ALO per saldo betere docenten hebben dan de KNLTB.

Ik denk dat de tennisverenigingen en de tenniswereld blij zullen zijn als er ook weer trainers van het CIOS of de ALO komen. Zij kunnen dan kiezen uit een breder scala aan trainers.