Column Ronald van der Horst – Jubileum

431

✍🏼 Ronald van der Horst

Ik ben druk bezig met het 100 jarig jubileum van mijn vereniging in 2026. Zo ben ik onder andere dia’s van mijn vader aan het digitaliseren. Tijdrovend maar heel leuk werk. Er komen allerlei mooie herinneringen uit mijn jeugd naar boven. Mijn jongste jaren speelden zich af op tennispark Onderlangs. Een klein tennisparkje met vier banen aan de rand van de duinen. Het was een echte vereniging waar iedereen elkaar kende en waar iedereen met iedereen speelde. Daar startte ook het W.E. van Keeken toernooi. Later verhuisde de vereniging naar de Vinkenbaan met 9 banen. Meer leden, maar nog steeds de betrokkenheid bij de wedstrijden. Of het nu de clubkampioenschappen waren of de promotiewedstrijden van de competitie, de terrassen zaten altijd vol.

Het leuke van de historie is om te zien hoe evenementen zich soms verder ontwikkelen. Als voorbeeld de ontwikkeling van het W.E. van Keeken toernooi naar het huidige Dutch Junior Open. Elk jaar proberen wat zaken beter te doen. Zorgen voor meer publiciteit. Het gevolg is dat het toernooi nog steeds staat als een huis. Een visitekaartje voor de vereniging en voor het tennis in het algemeen. Datzelfde geldt voor het Bakkum Dubbeltoernooi. Ooit is het begonnen als een gezelligheidstoernooi in de regio, maar het heeft zich elk jaar verder ontwikkeld tot een topevenement in onze regio. Elk jaar moeten er spelers worden uitgeloot en je kan over de koppen lopen op het terras en langs de banen, zo druk is het.

Het gaat dus om het koesteren van een evenement en het steeds vernieuwen of verbeteren van een evenement. Een nieuwe tijd hoeft niet het einde van een evenement te betekenen, maar wel een aangepaste nieuwe editie. Iets waar je trots op bent moet je zoveel mogelijk behouden.

Zo kwam ik ook nog dia’s tegen van de Nationale buiten. Ons oud clublid Tine Zwaan speelde in 1972 de Nationale in de kuip op de METS banen in Scheveningen. Het was een evenement waar elke rechtgeaarde tennisser bij wilde zijn. Met een redelijk gevuld stadion was het een echte happening. Beelden van een volle kuip bij Davis Cup ontmoetingen staan mij als jonge tennisser bij. Helaas was het parkeren er altijd lastig en ging de Nationale buiten een zwervend bestaan leiden. Zo verdween het belangrijkste evenement van de KNLTB in de zomer, uiteindelijk van de agenda. Het omdopen van de Masters in december nu in de Nationale is niet meer het evenement waar je bij moet zijn als jonge speler.

Zo zijn er veel bijzondere evenementen verdwenen in de loop van de tijd. Het 125 jarig jubileum  van de KNLTB benadrukt nog beter wat er allemaal verloren is gegaan in de afgelopen jaren. De Nationale buiten is verdwenen, betrokken districtsbesturen met districtskantoren om de hoek, kringjeugdkampioenschappen, districtskampioenschappen waarvoor je je kon kwalificeren voor de Nationale B kampioenschappen, inter districtswedstrijden, (Jarino / Audi / AA drinks ) winterjeugdcircuit. Er is heel veel weggedaan (onder andere bondstrainingen ) waarvoor niet iets beters is teruggekomen. Dat merk je vooral in een jubileumjaar waarbij je wat meer terugkijkt naar het verleden.

Het is misschien een moeilijke tijd om toeschouwers te trekken. Maar het huidige ABN Open toernooi doet dat al meer dan 50 jaar. Steeds hetzelfde evenement maar dan beter. Waar het om gaat is dat je een evenement moet propageren. En dat je moet laten weten naar wat voor bijzonder tennisniveau je kunt kijken.

In mijn jeugd was dat Tom Okker op ’t Melkhuisje. Van hem wilde ik een handtekening hebben. Tom mocht met de finalisten van het Knickerbocker-toernooi, georganiseerd door de heer Balink, voor toernooien naar Amerika. Ik vond het heel bijzonder dat zij per boot naar Amerika gingen. Dat maakte op mij als jonge speler heel veel indruk. Net zo als hij werd uitgezonden door het Leo van der Kar Fonds. Dat was een fonds van het NSF dat het mogelijk maakte om jonge talenten uit te zenden naar buitenlandse trainingsstages. Tom mocht toen een maand naar Zuid-Afrika. Over die reizen waren dan verhalen en verslagen te lezen in het tennismagazine en in de kranten.

Het Tennismagazine valt niet meer bij alle leden van de KNLTB op de deurmat zoals vroeger en ook de kranten zouden daar nu weinig aandacht aan besteden. Het is dus de uitdaging om te kijken hoe je jonge spelers enthousiast kunt maken voor het spelen van wedstrijden. En hoe je ouders kunt stimuleren om naar de toppers in Nederland te gaan kijken. Het lukt andere sporten wel om toeschouwers te trekken. Neem nu bijvoorbeeld het EK handbal in Duitsland. Daar zaten 53.000 toeschouwers bij de wedstrijden van Duitsland in de poule fase. Terwijl de Duitse handbalbond met 800.000 leden maar net iets groter is dan de KNLTB. Ook bij het voetbal bij de interland van de vrouwen tussen Engeland en Nederland waren 71.000 toeschouwers aanwezig.

Dat het tennis niet die uitstraling heeft moet de KNLTB zich aanrekenen. De afgelopen jaren is er door het bestuur van de KNLTB en door de nu afscheidnemende algemeen directeur Erik Poel een weg ingeslagen die zij naar buiten toe uitdragen als een succesvolle periode voor de KNLTB met bijvoorbeeld druk bezochte trainerscongressen en hogere ledenaantallen van de KNLTB. Maar al die mooie presentaties verbloemen de teloorgang van het tennis. De wekelijkse verse nieuwe bloemen zijn vervangen door namaakbloemen. Ik vind het wel knap van het bestuur van de KNLTB en Erik Poel hoe ze de afgelopen periode alles naar hun hand hebben gezet. De KNLTB door de democratische structuren te veranderen en Erik Poel door directeuren op een zijspoor te zetten en om medewerkers met een hart voor het tennis te vervangen door medewerkers met meer affiniteit voor padel. Oude tennismedewerkers met historische kennis zijn vervangen door werknemers met contracten van korte duur die gespeend van deze historische kennis hun werk doen.

Hopelijk kan er een nieuwe algemeen directeur komen met liefde voor het tennis. Die vooral in de naam van de Koninklijke Nederlands Lawn Tennis Bond staat voor het tennis en niet voor het padel. Want waar padel nog jaren moet afwachten of er jonge Nederlandse talenten internationaal kunnen doorbreken zijn er hoopvolle tennisresultaten bij de jeugd. Vier spelers wonnen hun wedstrijd bij de Australian Open en Mees Rottgering kwam zelfs in de halve finale. Stan Put kwam bij t/m 14 jaar in de kwarfinale in het prestigieuze toernooi van Tarbes. Hoe mooi zou het zijn om van de Nationale buiten weer een top evenement te maken, met heel veel toeschouwers langs de kant. En met jonge opkomende spelers als Nationale kampioen. Dan zou het zo maar kunnen dat in 2049 de KNLTB haar 150 jaar tennishistorie kan vieren.