SOPHIE SPREEKT MET NOËLLE VAN LOTTUM

527

Sophie Asberg in gesprek met Noëlle van Lottum over Noëlle, proftennis & de weg ernaartoe

‘Als je ergens in wilt uitblinken, dan moet je er vooral plezier in hebben’ (quote Noëlle van Lottum)

“Kan ik je over één minuutje terugbellen?” vraagt oud profspeelster en tenniscoach Noëlle van Lottum als ik haar aan de lijn krijg. “Even Elise uitzwaaien, we hebben zojuist geluncht. Elise is een goeie vriendin van me en ze is net met Kiki terug uit Sint Petersburg.” Van Lottum en ik hebben afgesproken dat we gaan praten over professioneel tennis en de complexe weg ernaartoe, want het kan niet anders dan dat zij daar een ontwikkelde kijk op heeft als ex-prof, tenniscoach én tennismoeder van een talentvolle dochter.

Ik ben nieuwsgierig als ik haar opnieuw aan de telefoon krijg. Wat meteen opvalt is dat je heel in de verte aan haar spraak hoort dat Van Lottum de dochter is van een Franse moeder. Van Lottum (1972) en ik kennen elkaar een beetje. Onze geschiedenis gaat terug naar de jaren tachtig, toen wij als prestatieve jeugdspeelstertjes streden in het nationale juniorencircuit. Maar vanwege ons leeftijdsverschil waren we nooit rivalen. Ik kan me Van Lottum nog wel goed herinneren, want ze viel op. Ze was een klein, beetje stoer meisje, dat óók frans sprak en van iedereen won. Echt een talentje.

Profcarrière
We zoomen in op haar tennisloopbaan. “Om te beginnen kom ik uit een hele sportieve omgeving” zegt Van Lottum. “Mijn familie is erg sport minded. Mijn moeder heeft vroeger heel goed gezwommen, en mijn broer was natuurlijk óók een goede tennisser.” Ze moet een beetje lachen: “Bij ons stond vroeger de TV op zondag ook áltijd aan op Studio Sport.” Het tennisleven van Noëlle van Lottum begon als negen jarig meisje ‘gewoon’ bij de tennisbond maar door haar goede resultaten werd ze al snel geselecteerd om ook bij Henk van Hulst in Geldrop (TTI) te gaan trainen. En dat beviel. Van Lottum timmerde goed aan de weg en op veertienjarige leeftijd stond ze nummer twee van Nederland. Omdat Van Lottum in Nederland voor haar gevoel iets miste maar óók vanwege financiële redenen, verhuisde Van Lottum op haar veertiende naar Frankrijk om daar een deel van haar tennisopleiding te vervolgen bij het Nationale Trainingscentrum van de Franse Tennisbond (Roland Garros). En toen ze bijna zestien was stond ze als jongste speelster van het Grand Slam op Roland Garros (senioren). “Ik was dus vrij jong al heel goed”, aldus Van Lottum. Een aantal hoogtepunten uit haar carrière passeren de revue: “Nederlands kampioen tot en met veertien, één keer Frans kampioen tot en met zestien, Europees kampioen tot en met achttien en de finale van de US Open jeugd. En ongeveer vierentwintig keer heb ik in het hoofdtoernooi van een Grand Slam gestaan. Dat is best wel veel. En in de tien jaar dat ik prof ben geweest was nummer negenenveertig mijn hoogste positie op de wereldranglijst.”

Welke kwaliteiten, behalve talent, had Van Lottum in huis waardoor ze zo succesvol was? “Ik denk dat ik een enorme wilskracht had en het analyseren van het spel. Daar lagen mijn kwaliteiten. Én ik kon ook heel diep gaan. Ik vind mezelf niet echt een heel groot talent, ik ben meer een werktalent. Ik had niet de slagen in huis die sommigen wel hadden, dus ik moest het spelletje goed lezen. Dat kon ik wel. Ik heb natuurlijk ook wedstrijden gespeeld die ik liever anders had gedaan, die ik wel had moeten winnen. Misschien was dan een stijging naar een nog hogere ranking mogelijk geweest…Aan de andere kant, om een volgende stap te maken had ik grotere wapens nodig, en die had ik gewoon niet.” Dan benadrukt Van Lottum: “Maar wat óók heel belangrijk is geweest voor mijn succes is dat ik altijd iets heb gedaan wat ik heel erg leuk vond. Ik hield ervan om wedstrijden spelen en ik hield van het reizen. Ik vond het soort leven wel gaaf. Ik ben gewoon echt een liefhebber van het spelletje en dat is ook de reden waarom ik vandaag de dag nog steeds in het spelletje zit.”

Tenniscoach
Zoals het bij veel ex-professionals gaat, bleef ook van Lottum zich na haar tenniscarrière bewegen in de tenniswereld. Hoewel ze niet direct voor ogen had om trainster te worden haalde ze bij de Franse tennisbond wel haar trainerslicenties en heel geleidelijk groeide ze het trainersvak in. Het beviel zo goed dat ze later in Nederland met haar man, óók voormalig tennisprof, in Zoetermeer Intime Tennis Academy oprichtte, een plek waar vandaag de dag nog steeds veel prestatieve jeugd traint. In 2019 behaalde Van Lottum in Nederland haar C licentie (tenniscoach).

Frankrijk
Maar het ging kriebelen bij Noëlle van Lottum. Twee jaar geleden voelde ze dat ze behoefte had aan een volgende stap. Dus ze besloot in te gaan op het aanbod van de Franse tennisbond om als nationale trainster aan de slag te gaan. Samen met een andere coach, vroeger ook professioneel speelster, begeleidt ze nu fulltime meiden tussen veertien en achttien jaar die allemaal in of rond te top 100 ITF staan. Ze is verantwoordelijk voor het programma, staat met de meisjes op de baan en reist drieëntwintig weken per jaar met ze mee. Als Van Lottum over haar functie vertelt, hoor je dat ze het heel erg naar haar zin heeft. “Toen de Franse bond voor de derde keer vroeg om voor hen aan de slag te gaan heb ik ‘ja’ gezegd. Eerder vond ik mijn dochter te jong om die stap te maken, maar nu was de timing echt perfect want zij ging óók naar Parijs, omdat ze net was uitgekozen om voor de Franse nationale selectie te gaan trainen bij het nationale centrum op Roland Garros.” Van Lottum vervolgt: “Nederland heeft natuurlijk hele goeie dingen, maar ik voelde dat ik toe was aan een nieuwe uitdaging, dat ik verder wilde. Het mooie aan deze functie is dat ik alle ruimte en vrijheid heb om mijn eigen ding te doen en te werken vanuit mijn gevoel. De financiële voorwaarden waar ik mee te maken heb zijn óók heel goed. Natuurlijk zijn mijn budgetten niet onbeperkt maar wel veel groter dan bijvoorbeeld bij een tennisschool.” Uit de grond van haar hart: “Van deze functie krijg ik gewoon héél erg veel energie. Ik denk dat dát de voornaamste reden is waarom ik er voor koos.”

Tennisklimaat
We gaan in op het Nederlandse topsportklimaat, want we horen al weer een aantal jaren de ‘klacht’ dat Nederland onvoldoende tennisprofs aflevert die meedraaien met de wereldtop. Van Lottum begint positief. “We hebben natuurlijk wel Kiki Bertens. Kiki staat nu nummer zes en ze heeft nummer vier van de wereld gestaan. Dat is héél bijzonder. Nederland mag er best wel trots op zijn dat we zo´n icoon hebben. En er mag best wat meer positiviteit aan worden verbonden richting haar. Hetzelfde geldt voor Robin Haase, die al jaren lang meedraait. Op hem wordt altijd heel veel kritiek geuit. Dan denk ik bij mezelf: ‘Wees eens een keer trots op wat we wél hebben en sta niet zo lang stil bij wat we niet hebben.’ Ik denk dat dat heel belangrijk is. Verder is tennis een wereldsport geworden en de concurrentie is heel groot. Dat is ook anders dan vroeger, dat moet je niet vergeten. Dat maakt het ook niet makkelijker om in de top honderd te komen.” van Lottum vervolgt: “Wat betreft ons tennisklimaat denk ik dat er in Nederland mogelijkheden genoeg zijn om je te ontwikkelen tot topsporter. We hebben goeie trainers en de kwaliteit van de trainingen is over het algemeen goed. Ook de opleiding om je tot trainer te ontwikkelen is in Nederland goed. Je moet wel bedenken, spelers opleiden heeft tijd nodig. Als je een plan uitstippelt, dan heb je een aantal jaren nodig om te zien of het werkt. Daar heeft het óók mee te maken dat op dit moment nog niemand van de jongere generatie is doorgebroken. De jeugd heeft de toekomst.”

Internationale ervaring
Misschien een beetje geholpen door haar dubbele nationaliteit speelde Van Lottum zelf al op jonge leeftijd veel wedstrijden in het buitenland. Het is een belangrijke factor in haar ontwikkeling geweest. Jonge tennistalenten moedigt ze daarom aan om veel internationale ervaring op te doen. “Nederland is natuurlijk een kikkerlandje waardoor je automatisch steeds tegen dezelfde tegenstanders speelt, terwijl het juist voor de spelontwikkeling zo belangrijk is om al jong met verschillende speelstijlen in aanraking te komen en je te meten met de (jeugd)wereldtop. Als je bovendien in je jeugd al regelmatig in het buitenland speelt, kun je wennen aan de internationale sfeer en op een gegeven moment voel je je dan op je gemak. Dat is ontwikkeling.” “Wij hebben natuurlijk het LOOT systeem (Topsport Talentscholen)”, gaat van Lottum verder, “Maar dat biedt naar mijn idee nog onvoldoende vrijheid om veel van huis te zijn. In Frankrijk is dat anders. Daar wordt veel meer aan on-line onderwijs gedaan zodat een jeugdspeler van veertien in een jaar bijvoorbeeld veertien ITF´s kan spelen en een speler van zestien wel vijfentwintig. Spanje en Engeland zitten ook in die hoek. Wat betreft de internationale gerichtheid is er naar mijn mening in Nederland best nog terrein te winnen, al moet ook gezegd worden dat we goed op weg zijn. Je ziet bijvoorbeeld dat er steeds meer grote internationale evenementen worden georganiseerd. Dat is al een hele positieve stap. Als ze dat nu ook bij de jeugd gaan doen… ”

Individuele benadering
Soms wordt er door de tenniscoach te veel gekeken naar de resultaten van de speler en te weinig naar het hele proces. Een ex-professional omschreef het eens zo: ‘Ik was liever begeleid om ‘topmens’ dan toptennisser te worden.’ Hoe denkt Van Lottum hierover?

“Dat kan ik heel goed begrijpen”, zegt Van Lottum. “Het is misschien makkelijk praten want ik weet dat het moeilijk is, maar het lijkt erop dat deze speler het tijdens zijn carrière ook zelf niet of onvoldoende bij zijn coach heeft kunnen aangeven. Dan zit het eigenlijk al niet goed. Ik heb zelf een hele open relatie met mijn speelsters. Ik vind het als coach heel belangrijk dat je je speler of speelster goed aanvoelt en dat je ontdekt wie de mens achter de speler is. Mijn aanpak is heel individueel gericht. Waar je als trainer natuurlijk uiteindelijk naartoe werkt is dat je je pupillen leert om hun eigen keuzes te maken in hun carrièreproces. Dat is juist ook de kick, dat je ze leert hoe ze zelfstandig kunnen functioneren.”

Tennisouders
Om de rol van tennisouder goed te vervullen is niet eenvoudig. Van Lottum is óók tennisouder van een talentvolle dochter. Hoe doet zij het? En welke boodschap zou zij willen meegeven aan ouders van kinderen die een tenniscarrière voor ogen hebben?

“Wij hebben een tennisschool en dat mijn dochter zou gaan tennissen lag dus best voor de hand. Toen ze klein was heeft ze allerlei sporten gedaan maar uiteindelijk koos ze zelf voor tennis want dat vond ze het leukste. Ze is nu zeventien en het gaat heel goed met haar, ze staat inmiddels top 50 ITF. Onlangs heeft ze gekozen voor de Franse tennisnationaliteit en traint ze op het nationale centrum in Parijs. Dat is gaaf en ze kan altijd nog voor Nederland uitkomen zolang ze nog geen FED Cup heeft gespeeld. De intrinsieke motivatie van mijn dochter is heel groot. Ze wil het écht zelf, wij hebben niks gepushed. Dat is wat ik mijn dochter ook altijd heb proberen te leren en wat ik mijn leerlingen aanreik: ga vooral af op je eigen gevoel en bewandel je eigen weg. We hebben wel altijd tegen onze dochter gezegd dat als ze ervoor gáát, ze dat wel voor honderd procent moet doen en niet half. Maar ook dat ze moet stoppen als ze het niet leuk meer vindt.” Van Lottum nu uitdrukkelijk: “Het klinkt misschien een beetje banaal maar ik wil natuurlijk vooral dat ze als mens gelukkig is en dat ze in het leven op eigen benen kan staan. Met of zonder tennis.
Als je me vraagt welke boodschap ik aan tennisouders zou willen meegeven, dan zeg ik: een goede communicatie is een hele belangrijke factor. Dus praat heel goed met je kind, maar praat ook goed met de trainers. En geef vertrouwen aan de trainers waar je kind mee werkt en ga niet continue op zoek naar een andere trainer. Zoek niet altijd naar het groenere gras. Dat werkt niet. Als je bij iemand zit, ga er dan ook voor honderd procent voor. Als ouder én als trainer. Ga ook eens kijken bij de training. Je hoeft er niet altijd bij te zijn, maar wat je soms ziet is dat als de kinderen een bepaalde leeftijd hebben bereikt de ouders nooit meer meekomen. Dat is ook niet goed want dan verlies je een stukje van het proces uit het oog en niet in de laatste plaats: je ziet niet of je kind het nog naar zijn zin heeft en dat is natuurlijk het belangrijkste.”

We zijn aan het einde van ons gesprek gekomen en als we hebben opgehangen reflecteer ik op wat van Lottum heeft verteld. En wat vrijwel direct in mijn hoofd komt bovendrijven is dat plezier, geluk en positiviteit belangrijke kernwaarden in haar leven zijn die ook zéker gelden voor wat betreft het bedrijven van topsport. Ik moet denken aan een paar uitspraken van van Lottum die dit bevestigen en haar tegelijk zo typeren: ‘Als je ergens in wilt uitblinken, dan moet je er vooral plezier in hebben.’ Maar ook aan deze, als ze Ashleigh Barty aanhaalt: ‘Haar vind ik gaaf, zij gaat echt af op haar gevoel. Ze was gestopt omdat ze niet meer lekker in haar vel zat. Maar doordat ze tijd heeft genomen voor zichzelf heeft ze het plezier in tennis weer hervonden en stapt ze nu weer als mens in balans de baan af.’ Helemaal mee eens. Als mens in balans, daar gaat het om. Op én naast de tennisbaan.