COLUMN RONALD VAN DER HORST – DE TOEKOMST VAN EEN TENNISLERAAR

880

✍️ Ronald van der Horst

Toekomst tennisleraren- en trainers

Het is leuk de uitkomsten van het onderzoek van de tennisleraren te bestuderen. Waren de tennisleraren vroeger bijna allemaal in loondienst bij de vereniging, dat is nu nog maar 7%. Het loondienstverband is nu overgenomen door tennisscholen en detacheringsbureaus. Totaal zijn nog 40% van de tennisleraren in loondienst. Het minder in vaste dienst zijn is best een groot nadeel voor trainers. Het wordt lastiger om een hypotheek op een huis te krijgen en je moet je duurder verzekeren voor arbeidsongeschiktheid. Hierdoor zie je dat tennisleraar niet altijd een fulltime baan is, maar dat er nog ander werk naast is.

Die baan buiten het tennis is dan meestal wel een loondienstverband weet ik uit ervaring van mijn cursisten tijdens het opleiden van tennisleraren. Naast de onzekerheid van het trainerschap is er dan nog een financiële basis om te kunnen leven en de vaste lasten te kunnen voldoen. Als dat andere werk minder leuk is, dan zie je dat er later een switch gemaakt wordt naar het tennis. Anders blijft de parttime situatie vaak behouden. Er zijn eigenlijk vier manieren om tennisleraar te worden. Via de KNLTB, via het CIOS, Sport & Bewegen opleiding en via de ALO.

Juist de instroom via de bij CIOS Nederland aangesloten opleidingen zorgde in het verleden voor een belangrijk deel van de jonge tennistrainers. En deze instroom is bijna helemaal verdwenen. De opleiding tot tennisleraar is de afgelopen jaren steeds meer een opleiding die achter de laptop wordt uitgevoerd. Veel voorwaardelijke opdrachten en verschillende Proeve van Bekwaamheid moet op papier worden gemaakt. Een cursist met een eerdere HBO opleiding vond de tennisleraren opleiding ook op minimaal HBO niveau. Terwijl de opleiding eigenlijk MBO niveau is. Door deze eisen zijn er in de loop van de jaren minder cursisten vanuit de CIOS opleidingen en de S & B opleiding in het werkveld ingestroomd. En dat is jammer. Want elke opleiding heeft zijn eigen dynamiek. CIOS-ers en S & B tennisleraren zijn echte doeners. Met heel veel energie kunnen ze jonge kinderen enthousiast maken voor het tennis. De ALO studenten brachten weer andere kwaliteiten mee als goed kunnen organiseren en creatieve oplossingen zoeken. Het voordeel van CIOS en ALO is dat ze een veel bredere opleiding volgen. Vergelijkbaar bij de KNLTB krijgt een cursist 4 uur anatomie (= inzicht in het menselijk lichaam zoals spieren, botten en organen ) en bij de ALO is dat 2 jaar wekelijks een uur. Bij het CIOS is dat minder, maar ook hier is dit veel ruimer dan bij de KNLTB.

Voor de toekomst van het Nederlandse tennis zou het goed zijn als er een overleg zou komen hoe de opleidingen er het beste voor de verschillende opleidingen uit kan zien. Nu is de situatie zo dat de KNLTB bepaalt en dat de ALO, CIOS en S & B dezelfde opleiding moeten geven. Dat er enige vorm van controle moet komen dat het niveau van afstuderen van alle cursisten op een bepaald niveau is, is goed. Maar de weg waarlangs dat moet gaan zou in overleg moeten gaan met de ALO, CIOS en S & B. Nu is de KNLTB die steeds alles bepaald. De KNLTB wil de opleiding minder zwaar maken door een aantal voorwaardelijke opdrachten te schrappen. Vorig jaar waren er dat drie t.w.: Biomechanica, Differentiëren en Sterkte/Zwakte analyse. Ook komend jaar worden er drie voorwaardelijke opdrachten geschrapt. Waarschijnlijk zijn deze opdrachten te lastig voor de KNLTB cursisten. Maar juist dit zijn opdrachten die passen bij de ALO, CIOS en S & B cursisten. Zij hebben een betere ondergrond en kunnen bewegingen betere analyseren (= biomechanica), trainingen aanpassen aan de verschillende niveaus binnen de trainingen en beter maatwerk afleveren als ze een speler individueel moeten leren tennissen. Waarbij opgemerkt moet worden dat biomechanica eigenlijk de basis is om te kunnen lesgeven!

Mijn oproep aan de KNLTB is dan ook om het belang te zien in diverse opleidingen en in dialoog met de opleidingsinstituten te komen tot een wederzijds gerespecteerde opleidingen. Dan zullen er in de toekomst weer meer jonge enthousiaste fulltimers het overnemen van de oudere garde tennisleraren die tegen hun pensioenleeftijd van 65 jaar aan zitten. Als de KNLTB enquête representatief is, dan zijn er nog maar 29 tennisleraren (= 2%) van de 1463 ingevulde enquête van boven de 65 jaar actief in het werkveld. De leeftijd daaronder is met 18% nog behoorlijk bezet. Dus een grote groep gaat binnenkort afvallen en moet vervangen worden voor jonge enthousiaste tennisleraren. Hopelijk niet opgeleid door een nieuwe modulaire opleiding bij de KNLTB, maar een volledige vakopleiding. Bij de KNLTB, CIOS, S & B en bij de ALO! Hoe diverser opgeleid, hoe beter het werkveld bedient kan worden met tennisleraren die kunnen uitdragen hoe leuk het tennis is in het veranderd tennislandschap. Waar misschien ook andere kwaliteiten worden gevraagd dan alleen een KNLTB opleiding kan geven.