COLUMN RONALD VAN DER HORST – EPILOOG

792

✍️ Ronald van der Horst

De KNLTB spreekt van historische rechtstreekse ledenraadsverkiezingen. Maar eigenlijk is het niets anders dan de laatste ledenraadsverkiezing. Toen moesten de verenigingen net als ca. 90 jaar terug naar een centrale districtsvergadering gaan om ledenraadsleden of bondsbestuurders te kiezen. Alleen kon dat niet vanuit je luie stoel zoals nu. Dat is het enige verschil.

Voor de nieuwe ledenraad mocht iedereen solliciteren door zich te profileren tot maximaal 200 karakters. Had je meer te vertellen over je drive en achtergrond en kwaliteiten dan kon dat niet. Zeer gemotiveerde kandidaten kwamen niet door de selectieprocedure heen. Zij kregen per mail een afwijzing. Om nadere motivering vragend kwam er een vrij algemeen mailtje terug met reden als de leeftijd, de provincie. Hoeveel beter zou dat in een gesprek hebben kunnen plaats vinden. Zeker als communicatie een speerpunt is. Zo wordt een bereidwillige vrijwilliger met een waarschijnlijk een tennishart zonder persoonlijke aandacht aan de kant gezet. Blijkbaar is dat de manier waar KNLTB met zijn vrijwilligers omgaat. Op een afgewezen kandidaat had ik zeker mijn stem, die ik als zilveren speld drager van het district Noord-Holland-Noord mocht uitbrengen, uitgebracht. Nu was er een lijst van 50 kandidaten waarbij de KNLTB meteen aangaf dat de eerste 29 kandidaten hun voorkeur hadden. Ik zou zeggen laat dat aan de verenigingen over.

Uiteindelijk hebben 26% van de verenigingen een stem uitgebracht. Dat houdt in dat 74% van de voorzitters niet heeft gestemd. Ik weet niet wat de reden is dat er zoveel verenigingen niet hebben gestemd. Misschien te druk, geen communicatie of misschien geen interesse. Het is in ieder geval duidelijk dat er een grote afstand is tussen de KNLTB in Amersfoort en de verenigingen en haar leden. Blijkbaar is de binding heel gering. Verenigingen lijken niet geïnteresseerd in wie hen vertegenwoordigen of het beleid van het Bondsbestuur controleert. Zo’n conclusie of lage verkiezingsopkomst zou in andere situaties leiden tot uitstel of heeft consequenties voor de bestuurders. Als we nu die 26% van de 1650 verenigingen wat verder bekijken dan vertegenwoordigen die 429 stemmen. In Zuid-Holland waren wat campagnevoerders die veel stemmen hebben geworven en ook bij andere districten zijn een aantal kandidaten met veel stemmen uiteindelijk gekozen. Zeg dat 8 kandidaten 25 stemmen hebben gekregen. Dan blijven er nog 229 stemmen over voor de overige 42 kandidaten. Dat zou kunnen betekenen dat er kandidaten zijn gekozen met maar een paar stemmen. Er was ook nog een verdeling over de provincies om het hele land te laten vertegenwoordigen. Opvallend is dat er geen vertegenwoordiging uit Flevoland is. Maar bovenstaande analyse had ik graag met echte cijfers gestaafd. Ik heb hier een verzoek tot openheid aan de KNLTB gestuurd. Op mijn verzoek hierover krijg ik van de KNLTB directeur Erik Poel het antwoord dat ze die cijfers niet bekend zouden maken en dat dit zo was afgesproken. Dus totaal geen openheid en transparantie. Het lijkt mij juist met een nieuwe start van de ledenraad goed om als eerste handreiking dat juist wel te geven.

Ik hoop nu dat de ledenraad een rol kan gaan spelen in het controleren van de Bond. Dat zij wel de openheid van zaken krijgen om de materie te kunnen beoordelen. Dat de ledenraad niet een klapmachine voor het bestuur gaat worden. Ik wil de nieuwe ledenraad succes wensen. Het is nu een voldongen feit. Oftewel de umpire heeft de stand afgekondigd en dus heeft het geen zin meer lang kwaad te blijven over wat er in het vorige punt is gebeurd. Ik hoop wel dat de ledenraad een luisterend oor heeft voor wat er op de velden gebeurd en dat zij een tussenlaag zijn naar de KNLTB in Amersfoort. Dat er een goede samenwerking komt, want dat is nodig voor het tennis. Blijkbaar is dat de afgelopen jaren niet goed gegaan getuigen deze opkomst! We zullen over 3 jaar, bij nieuwe verkiezingen, zien of de afstand van het bestuur van de KNLTB tot de werkvloer kleiner is geworden dan de 74% van nu.

Als toernooidirecteur van het Dutch Junior Open heb ik genoten van heel mooi tennis. Met ook goede resultaten in de dubbel. Bente Spee en Melissa Boyden wonnen voor het eerst in jaren weer een Nederlandse titel bij het Dutch Junior Open. We moeten teruggaan naar 2008 wanneer we weer een winnend koppel tegen komen (Quirine Lemoine en Sabine van der Sar). Bij de jongens moesten Lodewijk Weststrate en Deney Wassermann in de finale de eer laten aan de zeer talentvolle Luca Nardi en Jerome Kym. Na de finales hoorde ik dat de ouders van kinderen, die door de KNLTB begeleid werden, deze week niet mochten komen kijken naar hun kinderen. Dit om een beter groepsproces tot stand te laten komen. Ik zie de ouders als de grote steun en vaak sponsor van hun kinderen. Dat je verbiedt dat ze komen kijken is een teken van grote afstand tussen de KNLTB en de spelers en hun ouders. Als ik de lijn doorzet naar de organisatie van het Dutch Junior Open en de sponsors verbiedt om te komen kijken tijdens het toernooi dan weet ik zeker dat ik volgend jaar niet veel sponsors meer heb. Ook hier is de sleutel samenwerken. Communiceren. Je kunt bijvoorbeeld aan de ouders ook vragen of ze van iets verder weg van de baan waar hun kind speelt kijken. Zijn ze teveel betrokken dan zou je in gesprek kunnen met de ouders hoe zij het ook anders kunnen doen. Je kunt dat proces ook begeleiden. De KNLTB heeft hier trouwens een heel goed boek uitgegeven voor tennisouders. Het boek Slagen geschreven door Gerald Weltevreden, Ivo Spanjersberg en Jeroen Otten is een echte aanrader om te lezen! Ook hier is samenwerken de sleutel. Het zou mooi zijn als we dat de komende 3 jaar op veler gebied ook kunnen doortrekken. Geen gecertificeerde tennisscholen, maar samenwerken met alle trainers in Nederland. Samenwerken met alle media, samenwerken met de scheidsrechters etc. Dan kunnen we met zijn allen meer genieten van het mooie aan tennis!

Note van de redactie: Wij hoorden op datzelfde DJO dat het een speler daar door de KNLTB verboden werd om deel te nemen aan het juniorentoernooi op Wimbledon. De sanctie was dat deze speler -mocht deze toch inschrijven voor Wimbledon- dan niet uitgezonden zou worden naar de Europese Kampioenschappen. Corrigeer ons mochten we fout zitten met deze stelling, maar deelname aan Wimbledon is dat niet de droom van iedere tennisspeler? En die droom wordt op straffe van uitsluiting door de bond aan een ander evenement om zeep geholpen? Als dit waar is, dan is het echt te zot voor woorden.