TENNISPRO YES, OR NO?

1678

✍️ Sophie Asberg

‘Ik was gewoon niet goed genoeg’. Zo zal je spelers die maar kortstondig aan het profcircuit hebben geroken zichzelf vaak voor het gemak horen samenvatten. Kort door de bocht genomen is dit misschien wel zo, maar het ligt natuurlijk veel genuanceerder. Wil je als profspeler of -speelster ‘slagen’ dan moet het hele plaatje kloppen. En dat plaatje is nogal complex èn persoonlijk.
Nederland heeft genoeg topspelers die de sprong naar het internationale profcircuit wagen (de KNLTB heeft geen cijfers), alleen zijn het er maar weinig die met tennis echt hun boterham kunnen verdienen. Helaas komen deze mannen en vrouwen weinig in beeld terwijl hun verhalen juist interessant zijn voor de ontwikkeling van de (top)tennissport in Nederland.

Sophie Asberg, gastredacteur van TennisPassie, ging daarom in gesprek met Remy Groenendaal, Kelly de Beer, Marlot Meddens en Roderik Bratianu, ex-toppers die allemaal goed op hun carrière hebben gereflecteerd. Hoe en waarom kwam hun tennisloopbaan ten einde? En welke lessen voor het leven haalden ze uit hun tenniscarrière? Lees het in de serie ‘TENNISPRO YES, OR NO?’, de komende weken door TennisPassie gepubliceerd. Vandaag het verhaal van Marlot Meddens:

WAAR EEN WIL IS, IS NIET ALTIJD EEN WEG

Marlot Meddens (1989) werd bijna geboren op de tennisbaan. Ze komt ook uit een echte tennisfamilie. Haar ouders waren allebei tennisleraar in hun studententijd en haar twee oudere broers zaten ook op tennissen. “Volgens mij was ik anderhalf toen ik al werd meegenomen naar de tennisbaan. En op ongeveer mijn derde zat ik al met een tennisbal bij het muurtje. Ik weet niet beter dan dat ik al heel vroeg een bal in mijn hand had.”

Wanneer Meddens ontdekt werd als bijzonder talent weet ze niet meer precies. Het ging in haar herinnering in verschillende stadia. Toen ze acht was mocht ze voorspelen bij haar district en werd ze min of meer regionaal ontdekt. Op haar twaalfde vervolgde ze de bondstraining en ging ze naar een LOOT school. Een echte sprong maakte ze tussen haar dertiende en zeventiende jaar. Meddens omschrijft zichzelf als een laatbloeier. “Met veertien jaar stond ik ineens nummer negen van Nederland en toen ik vijftien was, nummer één. Ik speelde ook buitenlandse toernooien. Ik deed bijvoorbeeld mee aan Roland Garros en Wimbledon bij de jeugd. Op mijn zestiende stond ik plotseling ook in de finale van een tienduizend dollar toernooi, iets wat Michaëlla Krajicek niet eens voor elkaar had gekregen. Ik was toen ‘dus’ opeens een enorm talent!”

Een echt weloverwogen besluit om profspeelster te worden nam Meddens niet. “Toen ik goed in de lift zat, kwam Jong Oranje met het aanbod om fulltime bij hen te komen trainen. Zij zouden ook alles betalen. Maar ik deed school ook altijd serieus. Ik wilde graag geneeskunde studeren en plastisch chirurg worden. Omdat een combinatie van tennissen en studie voor de bond geen optie was heb ik toen toch vrij snel ‘ja’ gezegd terwijl ik dat voor mezelf eigenlijk nog niet echt had besloten.”

Maar Meddens ging ervoor. En de resultaten logen niet om. Alleen in het jaar dat zij haar beste tennis speelde moest zij noodgedwongen met haar carrière stoppen. Haar lichaam was totaal op. “Eigenlijk kreeg ik al vanaf mijn veertiende fysieke problemen. Voortdurend had ik bij periodes last van shin splints. En op een gegeven moment was de blessure non stop aanwezig. Na bij drieëntwintig artsen te zijn geweest, kwam er een fysiotherapeut op mijn pad met wie ik besprak dat ik met pijnstillers zou gaan spelen. Voor het eerst tenniste ik weer pijnvrij. Dat voelde zo fijn! Ik won een paar keer een tienduizend dollar toernooi, werd Nederlands kampioen op mijn één en twintigste, steeg driehonderd plaatsen op de wereldranglijst en sponsoren kwamen naar me toe. Ik speelde verreweg mijn beste tennis, alleen werd de hoeveelheid pijnstillers steeds meer. Op een gegeven moment nam ik er wel acht per dag. Veel te veel! Door alle pijnstillers had ik onvoldoende gevoeld dat mijn lichaam op nog meer plekken protesteerde totdat ik op een gegeven moment met een slijmbeursontsteking aan mijn achillespees en een ontsteking aan mijn onderarm zat. Na de competitie wist ik dat ik moest stoppen. Mijn lichaam was totaal overbelast. Voor het eerst heb ik toen eerlijk alles aan een sportarts verteld en hij zei me dat ik per direct mijn rackets moest neerleggen. Een jaar lang heb ik toen niet gespeeld. Na dat jaar voelde ik dat mijn carrière voorbij was, want ik had nog steeds overal last. Voor mijn ouders en trainers heb ik nog een tijdje gedaan alsof ik zou terugkomen, maar op een gegeven moment hadden zij ook wel door dat mijn carrière ten einde was. Het heeft nog drieënhalf jaar geduurd voordat ik pijnvrij was. Ik ben wel heel blij met de keuze dat ik zo ver ben gegaan, anders zou ik altijd het idee hebben gehad niet alles uit mijn carrière te hebben gehaald.”

Meddens vindt het moeilijk om te benoemen of zij iets in haar begeleiding heeft gemist en wat er eventueel beter had gekund. “Eigenlijk heb ik toen nooit gevoeld dat ik iets miste. Ik heb de meest chille familie gehad èn hele goeie trainers. Maar als ik nu terugkijk zou ik, als ik tennisouder was geweest, zeker een paar dingen sneller hebben opgepikt. Ik had bijvoorbeeld veel eerder aandacht moeten besteden aan goede voeding. Op een gegeven moment hield ik me namelijk aan een uitgebalanceerd dieet waardoor ik met mijn prestaties vooruit schoot. Ik was echt bijna nooit moe. Dat had ik liever eerder geweten. Veel spelers besteden overigens veel te laat aandacht aan goede voeding. Ik had ook liever eerder een hele goede conditietrainer gehad.”

Voelen was niet iets wat bij het topsportleven van de gevoelige Meddens hoorde. Meddens moest haar gevoel zelfs wegstoppen om te kunnen presteren. Zij vindt het daarom nu lastig om te beschrijven met welk gevoel ze destijds met haar carrière bezig was. Meddens blikt terug. “Op dat moment voelde ik gewoon niet zo heel erg veel. Ik was meer een machine die wist waarvoor ze elke dag keihard aan het trainen was. Als ik in mijn bed lag dan bedacht ik me alvast voor de volgende dag wat ik beter wilde doen, waar ik aan wilde werken. En als ik een wedstrijd won vond ik dat natuurlijk super, maar direct daarna ging ik weer trainen en bedacht ik me wat ik beter zou kunnen doen en waar ik op ging focussen. Als ik nu terugkijk denk ik wel: wat heftig allemaal, wat had ik een bizar leven! Enorm gedisciplineerd maar ook heel erg eenzaam. Die eenzaamheid voelde ik overigens toen niet echt. Die stopte ik weg omdat ik zo’n duidelijk doel had.”
Stel dat Meddens nu toch tijdens haar carrière die arm om haar heen had gekregen? “Het mag wel, maar alleen op een heel genuanceerde manier, met een functie. Je moet tenslotte bij elke training je grens opzoeken en er honderd procent voor gaan, zelfs met pijn. Als je omgeving dan te zacht is ga je het nooit halen. Bij sommige dingen, bijvoorbeeld mentale, is het af en toe wel goed als iemand een arm om je heen slaat en je gerust stelt. Omdat je daardoor juist wat spanning van je af kunt laten glijden, waardoor je weer beter presteert. Dus even lekker uithuilen en je een paar dagen slecht voelen zoals dat in het ‘normale leven’ kan is er in topsport niet bij. Dat is geen topsport.”

Men zegt vaak dat als je voor de top wil gaan je vooral ook plezier moet hebben in wat je doet. Maar net zo min als gevoel een grote rol in het tennisleven van Meddens speelde, deed plezier dat. “Ik deed gewoon mijn ding. Toen ik een jaar of veertien was, zeiden mijn ouders al tegen mij dat tennis voor mij niet altijd ‘plezier’ was maar ook werk. Ik denk ook dat je alles wat je veertig uur per week doet, en dat deed ik met tennis, niet altijd super leuk kunt vinden. Voor mij gold met name dat ik enorm gedreven en gepassioneerd was, en dat ik wist waar ik naartoe wilde.” Lachend: “Ik had bijvoorbeeld al mijn Roland Garros speech voorbereid, inclusief een franse versie. Die zei ik regelmatig hardop tegen mezelf. Ik denk trouwens dat ik vooral topsport cool vond, ergens keihard voor gaan. In mijn geval was dat toevallig tennis maar het had net zo goed een andere sport kunnen zijn.”

En hoe ziet je wereld er dan vervolgens uit als je definitief stopt? Voor Meddens viel het niet mee. Ze tuimelde in een zwart gat. “Ik vond het leven heel vlak, miste heel erg de adrenaline. Elke prestatie die ik leverde vond ik ‘peanuts’ vergeleken bij wat ik gewend was. Ik kreeg er totaal geen kick van. Dat gevoel kwam ongeveer twee maanden nadat ik was gestopt. Verder had ik ook heel erg het gevoel dat ik ‘klaar’ was, ik zag geen uitdagingen meer. Mijn doel had ik weliswaar niet gehaald, maar ik was wel ver gekomen. Toen ik met sombere gedachten ging rondlopen, ben ik naar een psycholoog gegaan. Zij heeft mij erg geholpen om af te kicken van tennis, dingen te verwerken en weer te gaan voelen. Mijn gevoel was ik echt totaal kwijt, ik kwam er niet meer bij. Dat was een super eng proces. Het heeft denk ik acht maanden geduurd voordat de adrenaline een beetje uit mijn lichaam was verdwenen en ik mij kon gaan bedenken hoe ik mijn leven weer wilde opbouwen. Pas in mijn vierde jaar nadat ik was gestopt voelde ik me weer meer in de maatschappij staan, was ik echt afgekickt.

Bij sollicitaties is me vaak gevraagd waar ik in mijn leven tot nu toe het meest trots op ben. Dan antwoord ik altijd dat ik niet zozeer trots ben op mijn Nederlands kampioenschap, maar dat ik er vooral héél erg trots op ben hoe ik me na tennis heb hersteld en wat voor een leven ik nu heb. Dat vind ik echt heel knap van mezelf want het zijn ontzettend moeilijke tijden geweest.”

Meddens heeft inmiddels goed kunnen reflecteren op haar tennisjeugd en haar korte carrière als prof. Toch vindt ze het niet eenvoudig om op basis van haar eigen ervaringen de ambitieuze jeugdspelers van nu een advies mee te geven. “Ik vind dat een hele moeilijke. Twee, drie jaar na mijn carrière wist ik dat altijd heel duidelijk. Maar hoe langer ik ben gestopt, hoe menselijker ik ben geworden. Ik vind topsport gewoon veel te hard voor een kind. Maar als je er toch voor gaat, zorg dan vooral dat je een goed team om je heen hebt. Werk met een trainer die helemaal bij je past. De relatie met je trainer zie ik echt als een soort huwelijk. Ik wilde zelf maar door twee of drie trainers worden getraind. Van de rest nam ik niets aan. Zoek ook heel snel een goede conditietrainer. Verder is belangrijk dat je je goed laat adviseren over wat de juiste voeding voor je is. En tot slot, misschien is dit wel het allerbelangrijkste, ga naar een sportpsycholoog bij wie je kunt praten over je leven als topsporter. Zéker ook op jonge leeftijd.”

Het leven van Marlot Meddens na tennis

Meddens studeerde econometrie en quantitative finance. Tijdens haar studententijd richtte zij Athena Studies op, een bedrijf gespecialiseerd in bijles en examentraining voor studenten. Aan het eind van haar studieperiode verkocht zij Athena Studies, wat toen inmiddels 45 man onderwijzend personeel telde. Met dezelfde gedrevenheid die Meddens liet zien in haar tennisloopbaan, maakt zij nu carrière in de financiële wereld, bij Slingshot Ventures. Voor de toekomst heeft Meddens ambitie haar topsportachtergrond in te zetten in het bedrijfsleven. Meddens tennist (nog) in het eerste team (eerste klasse) bij LTC Festina in Amsterdam.