TENNISPRO YES, OR NO?

1189

✍️ Sophie Asberg

‘Ik was gewoon niet goed genoeg’. Zo zal je spelers die maar kortstondig aan het profcircuit hebben geroken zichzelf vaak voor het gemak horen samenvatten. Kort door de bocht genomen is dit misschien wel zo, maar het ligt natuurlijk veel genuanceerder. Wil je als profspeler of -speelster ‘slagen’ dan moet het hele plaatje kloppen. En dat plaatje is nogal complex èn persoonlijk. Nederland heeft genoeg topspelers die de sprong naar het internationale profcircuit wagen (de KNLTB heeft geen cijfers), alleen zijn het er maar weinig die met tennis echt hun boterham kunnen verdienen. Helaas komen deze mannen en vrouwen weinig in beeld terwijl hun verhalen juist interessant zijn voor de ontwikkeling van de (top)tennissport in Nederland.

Sophie Asberg, gastredacteur van TennisPassie, ging daarom in gesprek met Remy Groenendaal, Kelly de Beer, Marlot Meddens en Roderik Bratianu, ex-toppers die allemaal goed op hun carrière hebben gereflecteerd. Hoe en waarom kwam hun tennisloopbaan ten einde? En welke lessen voor het leven haalden ze uit hun tenniscarrière?

Lees het in de serie ‘TENNISPRO YES, OR NO?’, de komende weken door TennisPassie gepubliceerd. Vandaag het verhaal van Remy Groenendaal: ‘LIEVER TOPMENS DAN TOPTENNISSER’.

LIEVER TOPMENS DAN TOPTENNISSER

Vanaf zijn tweede speelde Remy Groenendaal (1989) al met een balletje en toen hij zeven was ging hij op tennisles. Al vrij snel werd hij herkend als een talentje. Op jonge leeftijd waren de resultaten van Groenendaal ook al goed. Hij werd districtskampioen, deed diverse keren mee aan de Nationale Jeugd Kampioenschappen en ook op de K 2 toernooien (nu Junioren Toernooi Goud) presteerde hij goed. “In de categorieën tot en met veertien, zestien en achttien behoorde ik tot de beste drie van Nederland. En volgens mij was dat ook zo tot en met twaalf. Tot en met zestien werd ik zelfs Nederlands kampioen. Dan weet je wel zeker dat je bij de top van Nederland hoort.”

Eigenlijk wilde hij al vanaf het moment dat hij een tennisbal aanraakte, prof worden en dat gevoel bleef totdat hij een punt achter zijn carrière zette. Ook zijn omgeving zag dat hij potentie had. “Trainers, ouders en andere spelers gaven me het idee dat ik ergens kon komen, het een kans moest geven om bij de top honderd van de wereld te komen. Dat heb ik geprobeerd. Bij de jeugd was ik nummer zestig van de wereld tot en met achttien jaar en ook heb ik kwalificatie Wimbledon gespeeld. Toen raakte ik in totaal drie à vier jaar geblesseerd. Ik heb het daarna nog wel een kans gegeven, inmiddels was ik eenentwintig, door ongeveer twintig toernooien in het buitenland te spelen om te zien of ik nog aansluiting had bij leeftijdgenoten. Martin Verkerk reisde toen met me mee. Maar helaas merkte ik dat de achterstand te groot was. In één jaar tijd had ik geen ATP punt behaald. Toen besloot ik om ermee te stoppen, want ik had niet het idee dat ik de top honderd of tweehonderd nog ging halen, en daar ging ik voor.”

Groenendaal vervolgt: “Ik was mentaal niet sterk genoeg en fysiek ook niet, ik had veel blessures. Maar in het tennisleven zelf had ik ook geen zin meer, ik vond het te zwaar. Trainen voor een toernooi, fit zijn, geld uitgeven om te staan op een plek waar niemand kijkt, de banen slecht zijn, waar er vals wordt gespeeld, noem maar op. En dan vervolgens zoveel druk op jezelf leggen dat je de eerste ronde verliest. Dan weer een week wachten en opnieuw beginnen. Ik vond het ook een te eenzaam bestaan. Je moet zelf je weg vinden. Dat geldt voor iedereen, maar ik denk ook heel erg voor de spelers in Nederland, want in Nederland zijn er niet zo veel jongens die het internationaal proberen, dus je hebt niet zo veel steun aan elkaar. In Spanje is dat bijvoorbeeld heel anders. Spanjaarden reizen en trainen vaak in groepjes. Nederland is echt veel meer ieder voor zich. De mentaliteit in Nederland is ook anders als je die vergelijkt met Spanje of bijvoorbeeld Amerika. Ik heb het idee dat als je verliest, er in die landen veel positiever tegenaan wordt gekeken dan bij ons. Daar is de instelling: het maakt niet uit, gewoon weer hard verder trainen en volgende week heb je nieuwe kansen. Terwijl Nederlanders zeggen: ‘Hoe kan dat nou? Waarom ga jij er eigenlijk voor? Misschien moet je wel stoppen?’ Die negatieve mentaliteit, die niet alleen in de Nederlandse tenniswereld zit maar in onze hele maatschappij, demotiveerde mij uiteindelijk ook. Kortom, voor mij was het leven als tennisser niet leuk genoeg om er nog voor te gaan. Ik ging alleen maar voor de top honderd en op het moment dat ik niet meer het vertrouwen had dat ik dat ging halen was ik snel klaar. Ik had ook een eigen (ticket)bedrijf. Het was wel te combineren met tennis, maar uit beide haalde ik niet het maximale, dat was ook jammer.”

Groenendaal heeft goed op zijn carrière gereflecteerd. Hoewel hij over het algemeen heel tevreden is over zijn begeleiding, ziet hij nu dat er destijds vooral werd gecoached vanuit een prestatie gerichte visie in plaats vanuit de gedachte dat (top)sport een mooie manier is om je te ontwikkelen als mens. Wellicht had hij met meer plezier getennist, betere resultaten behaald en met een ander gevoel zijn carrière beëindigd als de begeleiding minder gericht was geweest op het resultaat. “Het is denk ik heel leuk om van iemand een ‘topmens’ in plaats van een toptennisser te maken”, aldus Groenendaal. “Dat de coach zich afvraagt: ‘hoe kan ik deze sporter door middel van tennis klaarstomen voor het leven?’ Als er te veel naar de prestaties wordt gekeken in plaats van naar het proces, dan krijg je als speler ook al snel het gevoel dat je hebt gefaald als niet je doel hebt gehaald, in mijn geval de top honderd. En dat is zonde, want uiteindelijk gebeuren er in je carrière ook een heleboel dingen waar je als speler trots op kunt zijn. Ik pleit ervoor om de zaken eens anders aan te pakken, minder prestatiegericht, want zo zit de hele maatschappij ook al in elkaar. Inmiddels zijn er wel een aantal tennisscholen die meer naar het proces kijken, maar over het algemeen zie je dat trainers en ouders er toch nog niet klaar voor zijn.

‘Die negatieve mentaliteit, die niet alleen in de Nederlandse tenniswereld zit maar in onze hele maatschappij, demotiveerde mij uiteindelijk ook.’ Zelf ben ik naar een psycholoog gegaan omdat ik dus het gevoel had dat ik had gefaald. Dat was best een lastig proces, maar uiteindelijk heb ik door die ondersteuning alles wel een plekje kunnen geven en de positieve kanten van mijn carrière leren zien.”
Ondanks dat Groenendaal meent dat zijn begeleiding op een enkel punt beter had gekund, vindt hij ook dat hij zelf beter naar bepaalde zaken had moeten luisteren. “Ik ben ook wel eigenwijs. Misschien was ik verder gekomen als ik toch meer had geluisterd naar mijn trainers. Maar ook als ik meer had geweten over voeding, over mijn eigen mentale gesteldheid, mijn eigen onbewuste drijfveren en als ik bewuster zou zijn geweest van mijn eigen patronen. Vaker met een coach praten over mijn mentale gesteldheid zou bijvoorbeeld fijn zijn geweest. Ook had ik bijvoorbeeld continue last van astma. Toen ik ontdekte hoe ik mijn voeding moest aanpassen had ik bijna geen last meer.” ‘Het is denk ik heel leuk om van iemand een ‘topmens’ in plaats van een toptennisser te maken.’

Groenendaal besluit: “Wat ik nog vergeet te zeggen is dat als je op je top wilt presteren, het ook heel belangrijk is dat je privé situatie op orde is. Bij mij was die niet op orde en ik was helaas niet zo sterk om te zeggen: ‘oké ik sta nu op de baan en vergeet alles’. Op dat soort momenten is yoga heel goed trouwens. Het helpt ontzettend met in het ‘nu’ leven, je te focussen en geconcentreerd te zijn. Helaas zie je het in de tenniswereld nog maar heel weinig, maar het is ideaal als je lessen uit de yoga kunt meenemen op de baan.”

Het leven van Groenendaal nu:

Na zes maanden als vrijwilligers te hebben gewerkt in een hotel in Nicaragua, zijn Groenendaal en zijn echtgenote Kelly de Beer daar in augustus 2018 samen een hotel gestart, Eden on the Chocolata (www.edenonthechocolata.com). Het is een hotel waar zij al hun passies laten samenkomen. Eden on the Chocolata ligt op tien minuten afstand van San Juan del Sur, gelegen in de natuur met uitzicht op zee en dichtbij verschillende surfstranden. Groenendaal en De Beer geven er yogales en koken gezonde maaltijden. Voor de gasten is er ook een outdoor fitness. Hun droom is om er ooit een tennisbaan te bouwen. Groenendaal en De Beer zijn superblij dat zij na de (op)bouw, de mooie plek nu kunnen delen met andere mensen!